Archief

ANBI

Door de Belastingdienst erkend als een Algemeen Nut Beogende Instelling Klik voor meer info.

Redactie

Maatregelen vanwege de coronacrisis

Onze kerkdiensten zijn tot 1 juni uitsluitend online te volgen via www.kerkdienstgemist.nl

De orde van dienst wordt vooraf op de website geplaatst. Vanaf 1 juni mogen maximaal 30 mensen de kerkdienst bijwonen. Als de ontwikkelingen gunstig blijven verlopen, mogen we vanaf 1 juli kerkdiensten met maximaal 100 aanwezigen vieren, in alle gevallen met inachtneming van 1,5 meter afstand. We moeten hiervoor nog van alles regelen: wie zijn die 30 aanwezigen, hoe controleren we de aantallen en hoe richten we de kerkzaal in? Hierover volgen de komende weken nadere inlichtingen.

Alle andere bijeenkomsten in De Ark zijn tot 1 juli afgelast.

Weekgedachte 4 april 2020

‘In deze tijd moeten we het hoofd koel houden en het hart warm’, hoorde ik deze week iemand zeggen op de radio. Dat is mooi gezegd. Niet ons helemaal gek laten maken door alle ellendige berichten. Niet meegaan met de stem in ons die zegt ‘wat als…’. Maar een warm hart voor God en voor elkaar.

Vandaag deel ik weer een gebed. Een gebed om geloof en vertrouwen. Het zijn onmisbare elementen voor een koel hoofd en een warm hart.

Grote God,

Wij danken U voor momenten van vertrouwen,
vertrouwen in elkaar,
vertrouwen in een leven dat goed mag heten.
Wij danken U voor mensen die ons vertrouwen schonken
en voor hen op wie wij mogen vertrouwen.
Dat vertrouwen mag een veilig huis zijn om in te wonen.

Maar we weten dat ons vertrouwen beschaamd kan worden,
dat mensen ons teleurstellen,
dat wij anderen teleurstellen.
Soms zelfs onbedoeld.

En we weten dat zelfs ons leven en onze wereld onbetrouwbaar kunnen zijn,
de kracht van ons lichaam,
de zekerheid van ons werk,
het geluk in onze relaties.

Telkens weer opnieuw moeten we vertrouwen hervinden.

Daarom bidden we om geloof.
Geloof in het leven en in elkaar
om tegen alle verwachting in te zeggen: het is goed!

Daarom bidden we om geloof.

Geloof in U,
omdat U de werkelijk vaste grond bent
in alle onzekerheid van dit bestaan.
Omdat het huis van ons leven op U gebouwd
zelfs de zwaarste storm kan doorstaan.

Zo bidden we in de naam van Christus.

Amen.

Murielle van Diepen

Overweging van zondag 12 april 2020 – Eerste paasdag

Overweging van 12 april 2020 – Pasen                                      Murielle van Diepen

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het is een wonderlijke tijd om Pasen te vieren. We zijn ernstig ontregeld. Ook hier in de kerk is dat zo. We zitten maar met een handjevol mensen. En dat is goed hoor, begrijp me niet verkeerd. Zoals René de Reuver het op 15 maart, de allereerste zondag zonder gewone diensten al zei: De lofzang gaat door! En het is ook fijn om te weten dat we met zovelen nu op hetzelfde zijn afgestemd. Dat alleen al geeft verbondenheid. Maar hoeveel mooier zou het zijn om samen de Paasliederen te zingen. Samen de prachtige narcissen te zien die hier op tafel staan. We missen u hier in de kerk. Ik mis u hier in de kerk.

Dit jaar lijkt het wel of Pasen nog dichter dan normaal tegen Goede Vrijdag aanzit. De hoop van Pasen is niet vaak zo verweven met het lijden. Afgelopen donderdag zagen we dat ook bij de uitzending van de Passion. Misschien heeft u daar net als wij ook wel naar gekeken. Duizenden mensen deelden tijdens de uitzending hun zorgen en angst. En ook waar ze hoop uit putten. Met als hoogtepunt wat mij betreft de vertolking van Syb van der Ploeg van het nummer Geef mij nu je angst, in 2011, hier vlakbij, in Gouda. Een levenslied dat een paaslied werd. Ik was geraakt door hoe Johnny de Mol vertelde over de rol die Jezus heeft gehad in de wereld en nog steeds heeft in de levens van veel mensen. Hij deed dat van binnenuit, niet als een kille buitenstaander die niet zoveel met dit verhaal heeft, maar als iemand die zelf ook geraakt is door de gebeurtenissen uit het leven van Jezus. Het deed me beseffen hoe krachtig het verhaal is. Het verhaal van het lijden dat we allemaal kennen, zeker nu. En ook van de hoop en het vertrouwen die spreken uit het verhaal van Pasen. De opstanding. Het nieuwe leven dat we met God mogen leven.

We lazen de afgelopen weken hier in de kerk regelmatig uit het boek Exodus. Het boek van de bevrijding. We lazen vanochtend dat het volk ook echt onderweg was gegaan en al bij de zee was aangekomen. Ze mochten weg! Eindelijk. Ze waren bevrijd. Maar farao kreeg spijt. Hij zette de achtervolging in. En de Israëlieten zagen dat de Egyptenaren met alle militaire middelen van die tijd steeds dichterbij kwamen. Ze werden doodsbang. Ze maakten zichzelf en vooral Mozes verwijten. Waren we maar nooit weggegaan uit Egypte! We zongen het zonet: blijf niet staren op wat vroeger was. Nou, ze waren nog maar net op weg en nu al kwamen ze vreselijk in de knel. Ze hadden nog niet eens de kans om te staren. Daar hen je wat rust voor nodig. Nu ging het allemaal zo snel.

Het vraagt nogal wat moed om dan vast te houden aan het punt voor je. Deze bevrijding, de nieuwe toekomst, kwam niet gemakkelijk. De bevrijding was zwaar bevochten. Er zou nooit wat gebeuren als de Israëlieten niet zelf in beweging kwamen. Ze moesten wel vooruit. Ze moesten de sprong wagen. En als ze dan springen, dan doen ze het niet alleen. Er staat dat de Heer voor hen strijdt. De nadruk ligt hier op het spreken en handelen van de Heer. Hij spreekt, hij wijst de weg. Hij gaat mee als gids bij dag en bij nacht. En de weg die hij wijst gaat door het onmogelijke heen: door de zee. Het symbool van de dood, waarin een nieuw begin stuk lijkt te lopen.

De Israëlieten hadden moeite om te vertrouwen. Maar er kunnen wonderlijke dingen gebeuren als je vertrouwt en open staat voor wat je menselijkerwijs niet kunt verwachten. Blijf niet staren op wat vroeger was…

Ook in het verhaal over de opstanding wilde Maria wel terug naar het verleden. We kennen het verhaal, van Maria die vroeg in de ochtend naar het graf ging. De emoties volgen elkaar op. Waarschijnlijk had ze lood in de schoenen toen ze naar het graf liep. Verwarring toen ze zag dat Jezus daar niet was. Diep verdriet, omdat ze niet wist waar hij nu was. En dan ineens noemt Jezus haar naam. Ze draaide zich om, staat er, en zegt Rabboeni. Er kwam een wending in haar. Maar ook zij kon niet terug naar hoe het vroeger was. Houd mij niet vast, zegt Jezus. Maria betreedt onbekend terrein. Maar er komt iets nieuws.

Bij de Israëlieten en bij Maria liggen verdriet en wanhoop enerzijds en verwachting en hoop anderzijds dicht bij elkaar. Het een versterkt het ander. Door de diepte van het lijden zie je ook beter de kracht van de verlossing.

Is dat bij ons ook niet zo? Zeker in deze tijd. Dat we juist in deze moeilijke tijd op zoek gaan naar hoop.

Misschien zouden we dat lijden het liefste over willen slaan. Zouden we het liefste van Palmpasen, hup, in één keer naar Pasen willen springen. En wie zou ons ongelijk geven als we dat willen doen. We zijn toch positieve mensen? We willen toch dat het goed gaat? We zijn toch ook hoopvol gestemd?

Maar Pasen zonder lijden laat ons een beetje zweven.

De grote reformator Maarten Luther is daar in zijn tijd ook mee geconfronteerd. De kerk in zijn tijd had met veel nadenken God tot iets heel verhevens gemaakt. De gedachte toen was dat je God vooral kunt kennen door zijn onzichtbare natuur, zijn glorie, zijn wijsheid, zijn kracht en zijn goddelijkheid. De gotische bouwstijl van die tijd drukte dat uit: je moest God zoeken in het verhevene. God is hoog, ver boven ons mensen uit. Een theologie van de glorie.

Maarten Luther plaatst daar iets tegenover. De theologie van het kruis. Aan het kruis, dáár kan God gevonden worden. God laat zich zien in ellende, in nederigheid. God laat zich zien in de lijdende Christus. Er is dus geen enkele reden om te denken dat het alleen maar goed moet gaan in het leven, of alleen maar op onszelf te vertrouwen. We zijn en blijven bedelaars om genade. Door onze geloofsverbinding met Jezus Christus leren we te sterven met Hem aan het oude leven en opstaan met Hem in het nieuwe leven.

En ook Bonhoeffer spreekt over het kruis. Bonhoeffer, van wie we afgelopen donderdag herdachten dat hij 75 jaar geleden is vermoord. Hij schreef: geloven in verlossing betekent niet dat je je ellende nu verdraagt in de hoop na je dood verlost te worden. Dat is een mythologische hoop op opstanding. De christelijke verwachting wijst de mens terug naar zijn leven op aarde. Je kunt niet van dat leven wegvluchten. De christen moet het aardse leven tot de bodem doorleven, net als Christus. Dan alleen is de gekruisigde en opgestane bij hem en is hij met Christus gekruisigd en opgestaan.[1]

Pasen is het feest van de bevrijding. Maar niet een gemakkelijke bevrijding, we moeten het tot de bodem doorleven.

We zijn op weg naar iets nieuws. Het oude achterlaten is niet altijd fijn. Daar weten wij alles van. Ook wij willen misschien wel terug naar hoe het was voor Corona. Maar Pasen is bij uitstek het feest dat er vanuit het oude iets nieuws komt. Door het lijden heen. We hebben de kans om opnieuw te beginnen. Om bevrijd te worden van wat ons bond. Door de dood heen.

Amen.

 

 

Literatuur:

Michael Welker, God the Revealed. Christology, Grand Rapids: Eerdmans, 2013

Dietrich Bonhoeffer, Verzet en Overgave. Brieven en aantekeningen uit de gevangenis, Utrecht: Kok, 2019.

[1] Brief aan Eberhard Bethge, 27 juni 1944.

 

[1] Brief aan Eberhard Bethge, 27 juni 1944.

Overweging van zondag 5 april 2020 – Palmpasen

Overweging van 5 april 2020 – Palmpasen                            Murielle van Diepen

 

Gemeente van onze heer Jezus Christus,

Vandaag vieren we Palmpasen. Het feest van de intocht, van vrolijkheid, met palmtakken en palmpasenstokken. Met Pasen in het vizier.

Maar misschien staat uw hoofd helemaal niet naar Pasen. Is uw hoofd vooral bij Corona. Alles is er van doordrongen. We zijn bang, want kan het virus overal opduiken. We houden afstand, winkelpersoneel bedient ons vanachter glas. Handen schudden, een knuffel geven, het voelt als iets van heel lang geleden.

Het is een tijd van tegengestelde gevoelens. Dat geldt ook voor vandaag. Palmzondag en passiezondag.

De lezingen van vandaag weerspiegelen iets van die ambivalentie. Kijk nou naar de lezing uit Exodus. Twee weken geleden hoorden we hoe Mozes de opdracht kreeg om naar de farao te gaan. Let my people go, klonk het toen in een spiritual. In dat verhaal zei God ook dat hij ervoor zou zorgen dat farao hardnekkig weigert en dat Hij de Egyptenaren zijn macht zal laten voelen en hen zwaar zal straffen. Er komen tien plagen over Egypte. Vanochtend hoorden we over de zesde plaag. Over as die ontstekingen veroorzaakte, waardoor mensen nare huidproblemen kregen.

We weten dat dit nog niet eens de ernstigste plaag is. Er werden hele oogsten verwoest door sprinkhanen en door donder en hagel. En de plagen eindigen met het gruwelijke verhaal van de dood van alle eerstgeborenen, inclusief de zoon van de farao zelf.

Het wordt dus menens in Egypte. Nu moet het gevecht geleverd worden tussen vrijheid en onvrijheid. Nu komt het erop aan. De clash tussen Mozes en de farao is een strijd tussen leven en dood. Wie heeft dan de macht? Is dat de farao? De wereldlijke leider, die geen boodschap heeft aan gerechtigheid, rechtvaardigheid en menselijkheid?

Wie of wat heeft het voor het zeggen in het leven? Laten we het wat persoonlijke maken: Wie of wat heeft het voor het zeggen in ONS leven? Hoe gaan wij om met alle machten en krachten, alle dingen die ons van buitenaf proberen te beïnvloeden? Er zijn veel dingen die ons beïnvloeden. Onze genen, onze jeugd, onze cultuur, onze status, de verleiding en de druk van

de omgeving. Juist in deze tijd worden we ook bepaald door dingen die buiten ons liggen. De natuur, een virus.

 

Hoe vrij zijn we dan?

Exodus is juist een verhaal over vrijheid. Geen ander verhaal is zo invloedrijk geweest bij de vorming van het innerlijk landschap van de vrijheid. Het grote verhaal van Exodus is dat onderdrukking geen noodlot is en dat niets vastligt in het weefsel van de geschiedenis. Er is een andere wereld mogelijk, een ander soort samenleving, een andere manier van leven.

In de tekst van vanochtend zien we hoe de farao omging met zijn vrijheid. Of, was hij wel werkelijk zo vrij? Want we lazen dat God ervoor zou zorgen dat de farao hardnekkig weigerde om het volk te laten gaan. In de oude vertaling, en in het Hebreeuws staat er: dat God het hart van de farao verhardde. Veel theologen hebben zich hier het hoofd over gebroken. Want als het dan God was die het hart van de farao verhardde, wat bleef er dan over van zijn vrijheid? Is het niet onrechtvaardig dat hij werd gestraft voor iets waar hij niets aan kon doen?

De uitleg van rabbijn Jonathan Sacks heeft mij geholpen om dit te begrijpen. Hij laat zien dat er bij de eerste vijf plagen staat dat farao zelf zijn hart verhardde. Wij zagen dat ook in ons stukje. We begonnen bij het einde van de vijfde plaag, waar stond: toch bleef hij hardnekkig weigeren het volk te laten gaan. Vanaf de zesde plaag is het God zelf. De farao verliest de controle. Hoe langer het kwaad doen duurt, hoe meer de farao zijn vrijheid verliest. Hij wordt niet de meester, maar de slaaf van het kwaad. De farao raakt verstrikt in een obsessie. Die obsessie krijgt hem zo in de greep, dat het hem te gronde richt en ook degenen om hem heen. Hij is zijn vrije wil verloren.

Net zoals de farao hebben ook wij allemaal onze strijd te leveren met het kwaad. Met een innerlijke stem die ons influistert om voor onszelf te kiezen. Om zoveel te kopen dat anderen niks meer kunnen kopen. Het is de ambivalentie van deze tijd. Aan de ene kant zijn we lief voor onze buren, aan de andere kant hamsteren we en worden er mondkapjes gestolen. Het is alsof we een januskop hebben.

Het grotere verhaal van Exodus laat ons zien dat er niet één absoluut goed is en één absoluut kwaad. Er zitten gradaties in. En dat is ook zo bij de vrije wil. Dat is niet een kwestie van alles- of- niets. Wel een vrije wil of geen vrije wil. Er zijn verschillende gradaties van vrijheid. En die worden bij ons steeds weer uitgedaagd en daar kunnen we ons in oefenen. Daar móeten we ons in oefenen.

Vorige week hoorden we van Rien Wattel over hoe Dietrich Bonhoeffer in de gevangenis zijn innerlijke vrijheid vond. Vandaag noem ik een overlevende van Auschwitz, Viktor Frankl. Hij ontdekte een waarheid. Hij zei: de nazi’s beroofden ons van elk spoor van menselijkheid, maar er was één vrijheid die ze ons niet konden afnemen: de vrijheid om te beslissen hoe we reageerden.

Dat je zelf kunt besluiten hoe je reageert op de omstandigheden. Dát is vrijheid. Dat klinkt door in het boek Exodus. Dat je geen speelbal bent van kwade machten. Dat je geen passief object bent, dat wordt meegesleept door de omstandigheden of door de grillen van je verlangen. Je wil, die geeft houvast. En die wil moeten we oefenen.

Hoe weten we dan dat we met die wil op de goede weg zijn? Jonathan Sacks geeft daar een mooi antwoord op. Hij zegt dat de grootste kracht is dat we onze wil laten uitdagen door Gods wil. Dat is het pad van de vrijheid. Zo wordt ons hart genezen van de hardheid.

Dat wij onze wil laten uitdagen door Gods wil. Wat is dan Gods wil? Dat legt Sacks hier verder niet uit. En dat is vaak nou juist zo’n zoektocht. Hoe weten we wat Gods wil is? Sommige mensen lijken het precies te weten. Zeggen dat het coronavirus Gods wil is om ons tot inkeer te brengen, of erger nog: om ons te straffen. Maar dat soort mensen zijn er alleen maar op gericht om ons bang te maken. Ze schetsen een vreselijk beeld van een afschuwelijke God.

Gods wil is denk ik ten diepste gevat in de wet die het volk later in Exodus van God ontvangt. Daarvan vat Jezus de kern samen. De kern van wat God wil. Jezus zei, en ik zeg het op net een andere manier: wat God wil is dat je van jezelf houdt. En dat je net zoveel voor een ander over hebt als voor jezelf. En, wat het allerbelangrijkste is, dat je van God houdt.

Die wil, Gods wil, die moet onze wil steeds uitdagen.

We zien het nu om ons heen gebeuren, dat mensen liefde kiezen. Er worden buurtapps gestart om elkaar een hart onder de riem te steken, kleinkinderen knutselen voor opa’s en oma’s, ouderen krijgen kaartjes, er is veel waardering voor mensen die in de zorg werken. We zien dat liefde verschil kan maken. Het zet de wereld op zijn kop.

Zo leefde ook Jezus. Hij leidde de weg van liefde en van nederigheid. Hij reed op een ezeltje Jeruzalem binnen. Geen machtsvertoon. En ongetwijfeld heeft hij voorvoeld of geweten dat het hosanna van die dag zo kon omslaan. Maar het heeft hem niet van de wijs gebracht. We luisteren zometeen naar een lied van Huub Oosterhuis, met daarin de zin: hij is niet halverwege omgekeerd.  Jezus’ wil was om de weg van liefde te blijven gaan. Om zich te laten uitdagen door Gods wil. En dan in vrijheid het goede te kiezen.

Wij leven in een tegenstrijdige tijd, een tijd van licht en donker, vrijheid en onvrijheid, vrijgevigheid en zelfzucht, leven en dood. In deze tijd worden ook wij opgeroepen om ons te laten uitdagen door Gods wil. Om dan in vrijheid te kiezen.

Wij hebben nog een donkere tijd voor de boeg. Maar midden in de dood zijn wij in het leven. Midden in de crisis gloort er licht. Het wordt -hoe dan ook- weer Pasen.

Amen

 

Ik heb dankbaar gebruik gemaakt van: Jonathan Sacks, Exodus. Boek van de bevrijding, Middelburg: Skandalon, 2019, in het bijzonder pagina’s 59-63.

Weekgedachte 30 maart 2020

De tijd voor Pasen wordt ook wel eens de lijdenstijd genoemd.  Sommigen spreken liever over de veertigdagentijd, die een periode is van inkeer en bezinning. In de situatie van nu is de term lijdenstijd misschien niet zo verkeerd. Het lijden is overal: bij mensen die ernstig ziek zijn, familieleden, artsen, maar ook bij hen die doodsbang zijn ziek te worden. Voor wie bang is, heeft Henri Nouwen dit gebed geschreven:

Vandaag Heer, was ik intens bang. Heel mijn wezen leek door angst te zijn overvallen. Geen vrede, geen rust, alleen maar pure angst: angst voor een zenuwinstorting, angst dat ik het verkeerde leven leid, angst afgewezen en veroordeeld te worden, en angst voor U. O Heer, waarom is het toch zo moeilijk mijn angst te boven te komen? Waarom is het toch zo moeilijk mijn angst te laten verdrijven door uw liefde? Alleen toen ik een tijdje met mijn handen werkte, leek de intensiteit van de angst af te nemen.

Ik voel me zo machteloos om deze angst te overwinnen. Of is het misschien de manier waarop U mij vraag enige solidariteit te voelen met de angstige mensen overal ter wereld: met hen die honger hebben en die het koud hebben (…), met hen die weggestopt zitten in gevangenissen, psychiatrische inrichtingen en ziekenhuizen:? O Heer, deze wereld is vol angst. Maak mijn angst tot een gebed voor wie bang is. Geef dat dat gebed anderen moed geeft. Misschien kan mijn duisternis dan licht worden voor anderen en mijn innerlijke pijn een bron van genezing voor anderen.

O Heer, u weet ook wat angst is. U hebt het ook intens moeilijk gehad; uw zweet en tranen waren tekenen van uw angst. Laat mijn angst, o Heer, deel zijn van uw angst, opdat hij me niet in het donker brengt maar in het licht, en laat me opnieuw begrijpen hoe uw kruis hoop biedt.

(Henry Nouwen, Over spiritueel leven, p. 72)

Overweging van zondag 22 maart

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wat gebeurt er allemaal? Dat vraag je je momenteel wel af. Het is maar moeilijk te bevatten dat er nu hele landen op slot zitten, dat zoveel mensen ziek zijn en dat er zovelen sterven.Veel mensen zijn angstig. Wanneer zal het virus mij treffen? Slaat het mij misschien over? We weten het niet. Voor de zekerheid slaan we maar van alles in. Je weet maar nooit.

In het begin dachten de meeste mensen nog dat het zo’n vaart niet zou lopen. Maar toen werd wel duidelijk dat dit veel groter is dan we ooit hadden kunnen denken. We moeten ons levensritme aanpassen, winkels en scholen dicht, thuis werken. Geen fysiek contact. We kunnen steeds minder. De wereld ziet er elke dag anders uit.

En dan lazen we vanochtend over het volk Israel. Ik denk dan: het kan dus altijd erger. Want dat volk werd als slaven behandeld. Afgebeuld werden ze. Ik kan me voorstellen dat daar mensen van de uitputting stierven, van het gebrek aan eten. En misschien ook wel van de uitzichtloosheid. Altijd maar werken, er komt geen einde aan. Slavenarbeid.

Ze hoorden een paar hoofdstukken hiervoor dat God zich hun lot aantrok. En ze geloofden het. Er staat: ze knielden en ze bogen diep neer.

Eindelijk. Hoop.

Maar de farao voert de druk op. Ze moeten zelf het hele land door om ingrediënten voor de stenen die ze moesten bakken te verzamelen, maar wel dezelfde productie draaien. Nu geloven ze de belofte van God niet meer. Wat moet dat volk zich machteloos hebben gevoeld. Niet zozeer angstig en onzeker over welk onheil je treft, zoals dat nu voor ons is. Maar murw door de voortdurende onderdrukking.
Ik probeer me in te denken hoe dat voelde. Iets daarvan komt naar boven in het lied dat we zongen. Go down, Moses. Dat lied is een negro spiritual. Het is gemaakt door de slaven die op de plantages werkten in het Amerika van de 19eeeuw. Het was een uitzichtloos bestaan. Vaak zijn de teksten van de spirituals, gebaseerd op oudtestamentische teksten. Profetieën over een betere toekomst, of zoals hier, met hoop op bevrijding. Als je weet tegen welke achtergrond die liederen zijn gemaakt, kun je de diepte van de hoop beter vatten.
Ook mensen, nu, lijken soms wel op dat volk Israël. Het gevoel dat je klem zit. Dat wat er ook gebeurt, dat je alleen maar in de spiraal naar beneden gaat. Klem aan de Griekse grens, klem in Afrika.

Misschien hebben mensen in ons land dat punt nu al bereikt met de coronacrisis. Als je bedrijf het al lastig had en je inkomen nu helemaal wegvalt, bijvoorbeeld. Voor anderen is dat punt nu nog niet bereikt. Maar ik moet ook denken aan mensen die al langer zo’n moedeloos gevoel hadden, zoals de vele Nederlanders met problematische schulden. Dat kan zo verstikkend zijn. Je hebt het gevoel dat je verdrinkt. Je kunt niet meer verder kijken dan het hier en nu. Dan durf je niet eens je post meer open te maken. Bang voor de aanmaningen. En daarmee zie je ook niet dat er een keer goed nieuws tussen de post zit.

In zo’n situatie komt Mozes binnen bij de Israëlieten. Hij is de leider die de woorden die hij van God hoorde, doorgeeft. Een leider die zich beschikbaar stelt. Met het nodige tegensputteren, dat wel. Maar uiteindelijk wil hij gaan. Hij is de boodschapper, de postbode.
Het bijzondere in deze tekst vind ik dat Mozes op gelijke voet komt te staan met de farao. De farao werd in die tijd gezien als een god. Ons systeem is heel anders. Het is veel gelijker. De farao stond ver boven de mensen, was een krachtig leider, die geen tegenspraak duldde.
God zegt hier tegen Mozes dat hij ervoor zal zorgen dat Mozes als een god voor de farao staat. Even hiervoor in hoofdstuk 4:16, zegt God tegen een Mozes die zich onmachtig voelt: Aäron zal in jouw plaats het volk toespreken. Hij zal jouw mond zijn, jij zult zijn god zijn. In de tekst van vanochtend krijgt Aäron dus een upgrade. Hij is niet alleen de mond van Mozes maar wordt de profeet van Mozes. En ook Mozes krijgt een upgrade. Mozes is niet alleen de god van Aaron, maar zal als een god voor farao staan. Hij wordt als het ware de gelijke van de farao.
Die overtuiging heeft Mozes niet van zichzelf. Mozes vond zichzelf maar een ongeschikt figuur. Maar hij voelt en ervaart dat God vertrouwen in hem heeft. Dat geeft kracht. Mij zegt dit: Als iemand zoveel vertrouwen in je heeft, dan doet dat wat met je. Als je denkt dat je niks kunt, dan sta je daar ook met gebogen schouders. Maar Mozes hoort een stem die hem rechtop laat staan.
Hij spreekt de farao toe als een gelijke. Mozes is de boodschapper van God. Zijn postbode. De farao wordt niet naar beneden gehaald, maar Mozes wordt opgetild. Hij komt op gelijk niveau.

Dat zegt mij dat we nooit hoeven te denken dat we te klein zijn of te onbetekenend om iets te kunnen doen. God kan vertrouwen geven als wij ons inspannen om het goede te doen. Want wat gebeurt er als iemand zoveel vertrouwen in jou uitspreekt, als iemand zegt dat je op gelijke voet staat met iemand tegen wie iedereen opkijkt? Dan geloof je het ook zelf en ga je er naar gedragen.
Zo is het ook nu. Ook in de huidige crisis zijn we nooit te klein om verschil te maken. Er is weer meer oog voor de ondergewaardeerde beroepen. De schoonmakers, de verpleegkundigen, de juffen en meesters op de scholen die nu al hun creativiteit inzetten om de leerlingen te laten leren.

Geweldig.

Lieve mensen. We zijn op weg naar Pasen.

Als je met Jezus op weg gaat naar Pasen, moet je je post open maken. Tussen alle ellende in zijn er boodschappen van hoop te vinden. Berichten die moed geven aan wie moedeloos is geworden. Er is hoop voor de toekomst.

Misschien geloven we er zelf niet altijd in en hebben we allerlei bezwaren, zoals Mozes. Laten we er dan toch maar op vertrouwen dat God wel vertrouwen heeft in ons.

Net als Mozes en Jezus zijn we soms zelf een postbode. Dat is een belangrijk beroep. We hoeven niet allemaal de grote dingen te doen, maar we kunnen allemaal om ons heen kijken. Waar kun je iets doen? Een kaartje sturen, iemand helpen, of doorgeven aan de kerkenraad dat er iemand om hulp verlegen zit. Ook dat is leiderschap.

Zo kunnen we met elkaar een weg vinden om te gaan. Een weg naar het leven. Leven in vrijheid, in heelheid, in verbondenheid. Die weg, die reis, die is de moeite waard.

MvD
22 maart 2020

Weekgedachte 26 maart 2020

Geen vakanties, geen feestjes, geen Matheüspassion, geen koopjes jagen op de markt. Geen grootsheid. In deze tijd wordt alles teruggebracht tot het kleine. De kleine kring, het kleine gebaar. Dit gedicht is een ode aan het kleine en gaat over de waarde van het alledaagse.

 

alledag-geloof

Een lachend kind
een boom
een bloem
een aardig woord
een lief gebaar
een fijne brief
een glimlach
hier en daar
de kleine dingen van de dag

ik raap ze op
en leg ze neer
behoedzaam
één voor één
in de schatkist
van mijn dag

en ’s avonds voor
het slapen gaan
bekijk ik
mijn vergaarde schat
en zeg:
heb dank
o Heer
U sprak tot mij in
de kleine dingen van de dag

Oeke Kruythof

Orde van dienst zondag 22 maart 2020 09.30 uur



Welkomstwoord en mededelingen

Ontsteken van het licht                                         

Bemoediging                                                                                  

  1. Onze hulp is in de naam van de Heer
  2. die hemel en aarde gemaakt heeft
  3. die trouw houdt tot in eeuwigheid
  4. en die niet laat varen het werk van Zijn handen.

Moment van stilte

Drempelgebed

Intredelied – 287:1,2,5.

Kyriegebed, afgesloten met 301h

Psalm 92 in beurtspraak (Sytze de Vries)

Goed is het

om U te danken,

 

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

aan de snaren

de klanken te ontlokken:

eer aan U in den hoge!

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

Goed is het

om te verhalen

van uw goedheid,

die ons blijkt in de morgen,

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

van uw trouw

de nachten door.

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

Goed is het

om U te danken

op de snaren van de luit,

met het zingen van de harp.

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

Groot zijn uw daden

en diep uw gedachten.

Een zot weet van niets

en een dwaas

heeft daar geen oog voor.

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

Maar wie geplant staan

in de hof van uw huis,

dragen rijke vrucht,

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

ook als zij grijs zijn

lopen zij uit,

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

blijven ze krachtig en fris

om van U te getuigen:

recht doet de ENE,

niemand betrouwbaar

als hij!

GOED IS HET OM U TE DANKEN.

 

Lied – 115:1,2,5.

Gebed

Voor de kinderen & projectlied

Inleiding op de lezingen

Schriftlezing Exodus 6:2-9, 6:28-7:7

Lied – 168

Korte overdenking

Lied – 90a:1,3,5,6

Collecte-toelichting

Dankzegging en voorbeden, stil gebed,

Onze Vader

Slotlied – 418

Zegen

Foto’s diner in De Ark op 30 januari

Foto’s tijdens het 30-plus (Jongbelegen) charity dinner in De Ark van Reeuwijk.

SAMSUNG CSC

 

test

Dit is een test.

Toren-van-babel-Bruegel