Archief

ANBI

Door de Belastingdienst erkend als een Algemeen Nut Beogende Instelling Klik voor meer info.

Murielle van Diepen

Gebed – Weekgedachte 1 juli 2020

Gebed

Toen Henri Nouwen in 1995, dat later zou blijken zijn laatste levensjaar te zijn, een sabbatical had genomen, begon hij aan een dagboek. Het jaar lag voor hem uitgestrekt als een open veld vol bloemen en onkruid, zo schrijft hij. Hoe moest hij dat veld oversteken? Hij begon het jaar met het uitspreken van een gebed van Charles de Foucauld, een gebed dat hij elke dag met de nodige schroom bad.

Ik begrijp de schroom wel. Het gebed bevat namelijk grote woorden: ik aanvaard alles, slechts uw wil geschiede, grenzeloos vertrouwen. Dat is nogal wat. Het zijn woorden die erkennen dat we niet zelf de maat der dingen zijn. Maar dat we worden geleid, en dat we ons daaraan kunnen overgeven.

Het zijn ook woorden van verlangen. Verlangen naar een ontvankelijk hart. Verlangen om  een instrument te zijn in Gods handen. Het gebed is een opstap om bezield aan deze dag te beginnen, die als een open veld voor ons ligt.

 

Vader, ik leg mijn leven in uw handen.

Doe met mij, wat U wilt.

En wat U ook doet, ik dank U.

In ben tot alles bereid, ik aanvaard alles.

Laat alleen uw wil geschieden in mij

en in al uw schepselen.

 

In uw handen beveel ik mijn geest.

Ik bied hem U aan met alle liefde die in mijn hart is.

Want ik heb U lief, Heer, en wil mijzelf aan U geven,

mijzelf aan U overgeven,

zonder reserves en met grenzeloos vertrouwen,

want U bent mijn Vader.

Amen.

 

(Bron: Henri Nouwen, Op weg naar huis, Tielt: Lannoo, 2001, p.5)

Haast – weekgedachte 19 juni 2020

Ik ben aan het lezen in een boekje dat een vriendin me gaf: De reis van je hoofd naar je hart, van Leo Fijen. Hij beschrijft hoe hij trager wilde leven en dichter bij de stem van zijn hart wilde komen. Hij sprak met kloosterlingen, omdat ze ‘ons de diepere betekenissen van het alledaagse tonen, omdat ze ons lessen in levenswijsheid kunnen leren’.

Trager leven, dat wil ik ook. Vaak hol ik erop los. Voel ik onrust, omdat er nog zoveel te doen is. We zijn allemaal druk. Het definieert het bestaan, lijkt het wel. Ik ren dus ik besta, om het in een parafrase op René Descartes’ ‘Ik denk dus ik besta’ te zeggen. En de coronatijd heeft dat misschien nog wel versterkt. Het is rustiger, er zijn minder activiteiten, dat wel. Maar innerlijk is er bij veel mensen toch onrust. Ook bij mij.

De reis naar rust is niet uitgestippeld. We moeten, we mógen hem zelf ontdekken. Het is een reis van durf, confrontatie, ontdekken en afdalen in je hart. Dat is de levenswijsheid van David Hodges,  trappist van de abdij op Caldey Island, Wales.

 

Reis zonder landkaart

Durf te beginnen

aan de langste reis in een mensenleven,

van je hoofd naar je hart.

Ga de confrontatie aan

met weggestopte herinneringen en angsten,

vertrouw alleen je hart

als je de nacht ingaat

en de schaduwen van je leven

onder ogen ziet en uit het donker tevoorschijn haalt.

Ontdek dat al je verdriet wordt genezen,

al je angst van je weggenomen,

en je fantasie weer alle ruimte krijgt

door de tedere kracht van de liefde.

Je hart wordt weer een veilige plaats

van geluk en schoonheid,

van stil en verborgen verlangen

naar het moment dat je ziel vleugels krijgt.

Samen – weekgedachte 3 juni 2020

Samen

Afgelopen weekend was het Pinksteren. We vierden het feest van de Geest. De Geest die ons is gegeven. De Geest die ons, over grenzen en barrières heen, samenbindt.
Als wij thuis tegenwoordig het woord ‘samen’ horen op de tv, krijgen we een beetje jeuk. Samen tegen corona, samen sterk, je wordt er mee doodgegooid.
En toch noem ik het hier. Want dat ‘samen’, daar kunnen we niet omheen.
‘No man is an island’, dichtte John Dunne. Geen mens is een eiland, elk mens is een deel van het continent. En zo is het ook voor volgers van Jezus. We zijn met elkaar verbonden, als delen van een lichaam. Als gemeenschap van bidders en zoekers. Hopelijk kunnen we de komende tijd weer meer voelen hoe dat is, dat ‘samen’.

Samen in de naam van Jezus
heffen wij een loflied aan,
want de Geest spreekt alle talen
en doet ons elkaar verstaan.
Samen bidden, samen zoeken
naar het plan van onze Heer.
Samen zingen en getuigen,
samen leven tot zijn eer!

In absentia – Weekgedachte 26 mei 2020

In deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren zit een bepaalde leegte. Ongeveer twee duizend jaar geleden was Jezus weggegaan en zaten de leerlingen zonder hun leider. Alweer. De eerste keer dat hen dat overkwam waren ze verdrietig. Jezus was gestorven en de droom leek over. Nu waren ze blij, staat in Lucas 24:51. Ze waren in de tempel en loofden God.
En toch die leegte. Hoe gingen ze verder? Ondanks Jezus’ afwezigheid waren ze niet alleen. Ze hadden elkaar. En ze hadden de stem op de achtergrond: ik zal jullie niet als wezen achterlaten. De Geest van de waarheid zal altijd bij jullie zijn. (Joh. 14:16-18). Dit gedicht van Fiet van Beek verwoordt het contrast heel treffend.

In absentia

Niet alleen achtergelaten
zonder voedsel, toekomst, zorg,
maar bewaard in goede handen
die omarmen, dragen, borgen.

Niet ver weg in hemelsferen
hoog en droog in vaders huis,
maar nabij en zonder einde
in ons, met ons, om ons heen.

Niet te zien door vreemde ogen,
maar te kennen voor wie liefheeft,
zijn geboden houdt en leeft.

(Bron: Schriftgedichten. Poëzie bij het kerkelijk jaar, Heerenveen: Royal Jongbloed, 2013, p. 212)

Hemelvaart – weekgedachte 20 mei 2020

Morgen is het Hemelvaart. Het is een wat wonderlijk feest. Want waarom is het feest dat Jezus weg ging? En hoe moeten we ons dat eigenlijk voorstellen, dat Jezus werd opgenomen in de hemel?

Als iemand overlijdt, dan zeggen we wel eens dat hij is gaan ‘hemelen’. De dichter Michel van der Plas spreekt zo over de hemel in dit gedicht, geschreven na het sterven van zijn vader.

De engelen zijn naar hun hemel toe.
Misschien wel met mijn vader mee gegaan.
Ze hebben, ik weet niet waarom of hoe
mijn kaarsen in de wereld uitgedaan.

Al wat gewoon geweest was als zijn stem
en zo eenvoudig als een weesgegroet
werd een zwart gat waarin ik, zonder hem
mijn spraak verloor, mijn vrede en mijn moed.

Knielen werd staan en het gebogen hoofd
een opgeblazen zak vol wind en waan.
De lieve God waarin ik had geloofd
kreeg ondoorgrondelijke wolken aan,
woorden en wetten, zonden en berouw.
Toen was ik groot. Toen kende ik de kou.

(Bron: rubriek Geregeld van Rien van den Berg, Nederlands Dagblad, 16 mei 2020)

De levenservaring van de dichter verandert zijn geloof. Je kunt zeggen: hij is het verloren. Maar je kunt ook zeggen: zijn geloofd wordt doorleefder. We weten uit zijn verdere gedichten dat zijn geloof hem niet losliet. Hij bleef zich tot God richten.

Hoe hebben de leerlingen het ‘hemelen’ van Jezus ervaren? In de evangeliën kondigt Jezus vaak aan dat hij weg zal gaan, en dat maakt de leerlingen verdrietig. Maar in Lucas lezen we dat als het eenmaal zo ver is, er geen traan vloeit. Integendeel: Jezus werd opgenomen in de hemel en de leerlingen ‘keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem’. (Lucas 24:52) Het moet een doorleefde vreugde zijn geweest.

Dat is voorwaar een wonder.

 

Zingen – weekgedachte van 16 mei 2020

We mogen bijna weer…
Vanaf 1 juni kunnen we in groepen van 30 op zondag samenkomen en vieren. Nog niet ideaal, maar wel een mooie opening.
Daarbij is zingen, om het zo maar te zeggen, nog wel een dingetje. Uit volle borst meezingen, psalmen, Huub Oosterhuis, Taize, dat zit er voorlopig niet in. Maar gelukkig zijn er ook alternatieven.
Dit kinderlied laat verschillende manieren zien om God te loven en ons gevoel te uiten. (zie bijvoorbeeld https://www.youtube.com/watch?v=1rGImood-xc)
Laten we afspreken dat we het eerste couplet overslaan, maar er is nog zoveel wat we wél kunnen doen! En thuis bent u natuurlijk helemaal vrij om los te gaan.

Hopelijk tot snel!

Komt, laat ons zingen vandaag,
zingen vandaag,
zingen tot de eer van God.
Komt, laat ons zingen vandaag,
zingen vandaag,
zingen tot de eer van God.

Komt, laat ons klappen vandaag,
klappen vandaag,
klappen tot de eer van God.
Komt, laat ons klappen vandaag,
klappen vandaag,
klappen tot de eer van God.

Komt, laat ons prijzen vandaag,
prijzen vandaag,
prijzen tot de eer van God.
Komt, laat ons prijzen vandaag,
prijzen vandaag,
prijzen tot de eer van God.

Komt, laat ons bidden vandaag,
bidden vandaag,
bidden tot de eer van God.
Komt laat ons bidden vandaag,
bidden vandaag,
bidden tot de eer van God.

Nog een vraag tot slot: ik ben benieuwd of de weekgedachten gelezen worden en wat u van deze weekgedachten vindt. Zou u, als u dit leest, mij een berichtje of appje willen sturen? Dat kan naar muriellevandiepen@pgdeark.nl of 06-39496402. Alvast hartelijk dank!

Cadeau (weekgedachte 11 mei 2020)

In deze vijftigdagentijd leven we met Pasen (vers) in het geheugen en zijn we op weg naar Pinksteren. Veel in het leven is bedreigend. We hebben Jezus’ opstandingskracht nodig om de dag van morgen aan te kunnen. Opstanding komt in het klein, als zaadjes en als gist. Een bemoedigend woord, een belangstellende vraag, een kaart, een blijk van waardering. Misschien roept die één moment van vrolijkheid op. Eén zo’n klein cadeautje kan verschil maken.

(naar: SSJE, Brother, give us a word)

Weekgedachte 8 mei 2020

Liefde

De wereld kan zo hard zijn. Mensen laten je in de steek. Je krijgt verwijten om je oren. Je goede bedoelingen worden verkeerd uitgelegd. Of je lichaam laat je in de steek. Je voelt je waardeloos.

Stel je eens voor hoe liefdevol Jezus kan kijken.

Maaltijd
Hij heeft ons aangekeken. De een na de ander. Telkens bleven zijn ogen even hangen op elk van onze gezichten. En zoals wij iedere trek om zijn mond, elke rimpel om zijn ogen kenden, zo kende hij die van ons. We kennen elkaar al zolang. Maar hij keek verder. Dieper dan de oppervlakte reikte zijn blik en elk van ons was alleen met zijn gedachten. Wat denkt hij? Hoe zou hij me noemen? ‘Dwaas’, ‘verrader’, ‘lafaard’, ‘zwakkeling’, ‘mislukkeling’? En toen hij de ronde met zijn blik gedaan had, ontkende hij de namen die wij onszelf in zijn ogen gegeven hadden niet. Maar voluit, royaal gemeend, zei hij: “Ik hou van je.” En nu ik me dit herinner zou ik het een avond lang, een leven lang willen herhalen: Ik hou van je. Ik hou van je. Om het uiteindelijk te kunnen geloven.

(Bron: het boekje Liefde, uit de serie Geloof – Hoop – Liefde van de PKN.)

Weekgedachte 4 mei 2020

In de straat wapperen vlaggen. Halfstok. Ze staan symbool voor de onaffe levens, soms nog niet eens half geleefd. Levens verloren in de strijd voor vrijheid.
We gedenken elk jaar die levens, gevuld van hoop, verlangen, moed, maar ook van gevoelens van afwijzing, wanhoop, doodsnood.
Eén van die levens was van Dietrich Bonhoeffer. Hij schreef het onderstaande gebed, dat we kunnen vinden als Morgengebed in het Liedboek, op pagina 533. Het lezen ervan op deze dag, wetende dat hij in een Berlijnse gevangenis zat en geen vrijheid meer zou meemaken, geeft het een diepere dimensie.

Tot U, God, roep ik in de vroege morgen
help mij te bidden
en mijn gedachten te richten op U,
ik kan het niet alleen.

In mij is duisternis, bij U is het licht.
Ik ben eenzaam, Gij verlaat mij niet.
Ik ben bevreesd, bij U is hulp.
Ik ben onrustig, bij U is vrede.
In mijn hart is bitterheid, bij U is geduld.
Ik begrijp uw wegen niet, maar Gij kent mijn weg.

Als gelegenheid heeft, luister dan vooral ook naar het prachtige Taizé-lied met de woorden van dit gebed: Aber du weisst den Weg für mich.

Het is te vinden op https://www.youtube.com/watch?v=D7DiR–b9DQ

Weekgedachte 24 april 2020

Vandaag een gebed in onrust. We voelen ons allemaal wel eens onrustig, niet alleen nu maar ook op andere momenten.
De dichter van psalm 77 noemt zich rusteloos. Hij brengt zijn onrust en vragen bij God. Dan roept hij herinneringen op aan de grote daden van God. Zijn hand is zichtbaar in de geschiedenis. Daarmee eindigt de psalm. Een open einde. We kunnen er zelf mee verder. Bijvoorbeeld door dit te bidden:

God, ik ben onrustig.
Ik probeer aan U te denken,
maar mijn gedachten dwalen zo vaak af,
ik word er maar moe van.
Ik weet ook niet meer zo goed hoe het zit met geloof,
wat ik moet geloven en hoe bidden ook alweer werkt.
Maar dank U dat ik omringd ben door een wolk van getuigen,
van gelovigen die zwak en sterk waren tegelijkertijd.
En dat U bij al die momenten van zwakte en sterkte dezelfde bleef.
U bevrijdde het volk Israël uit de hand van de farao.
U liet uw volk niet los, ook niet toen het in ballingschap was.
Het keerde terug naar Jeruzalem.
U liet uw wereld niet los, want U zond uw Zoon,
U deed hem opstaan uit de dood!
Dank U dat U dezelfde bent.
Als mijn gedachten overal naar toe gaan,
bent U God
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen.

(Bron: Protestantse Kerk, Help ons U te vinden. 101 nieuwe gebeden)